>> >> Praat over alledaagse gebeurtenissen, zoals de boodschappen opruimen. Hierdoor kan je kind taal koppelen aan wat er gebeurt in de wereld om zich heen. >> Gebruik voorwerpen en gebaren zodat je kind woorden gemakkelijker gaat begrijpen. >> Geef ook keuzes: ’Wil je de beer of de auto?’, ‘Is dit je neus of je voet?’. >> Samen plaatjes kijken in boeken en beschrijven wat je ziet, heeft hetzelfde positieve effect als het voorlezen van het boekje. Het stimuleert het vermogen om zich op iets te concentreren. >> Herhaal wat je kind zegt en breid de zin dan uit. Als je kind bijvoorbeeld ‘sap’ zegt, kun je ‘Meer sap’ zeggen of ‘Jij krijgt sap’. Een woord op de juiste manier herhalen en de zin een beetje langer maken, is de beste manier om taal te stimuleren. >> Zorg ervoor dat je kind je gezicht kan zien als je praat. Hierdoor ziet het de bewegingen van je mond en gaat het de bewegingen nadoen. Van Nul tot Taal 17 Pagina 16

Pagina 18

Heeft u een relatiemagazine, onlinekat of e-onderwijsmagazines? Gebruik Online Touch: presentatie online maken.

Van nul tot taal Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication