Spreken in langere zinnen Ongeveer tussen 2 en 3 jaar Het kind speelt met andere kinderen en begint dingen te delen. Het vindt het fijn om bekende verhaaltjes en liedjes vaak te horen. Ze doen mee met de gebaren die erbij horen zoals bij ‘In de maneschijn’ en ‘Klap eens in je handjes’. In deze fase komt het voor dat sommige kinderen moeite hebben met het maken van zinnen. Ze willen al hun ideeën vertellen terwijl hun taalvaardigheid nog niet groot genoeg is. In deze periode waarin kinderen ingewikkelder en langere zinnen leren maken, komt niet-vloeiend spreken voor. Meestal is dit tijdelijk. > Kinderen stellen nu veel vragen, ze leren graag nieuwe woorden en willen weten hoe > Ze kunnen in deze fase ongeveer vijf minuten dingen heten. 20 Van Nul tot Taal > Ze begrijpen tussen 300 en 1250 woorden. naar een eenvoudig verhaaltje luisteren dat ondersteund wordt met plaatjes. > Het kind begrijpt opdrachten als: ‘Pak de puzzel uit de kast’, ‘Laat Teddy springen’ of ‘Zet de pop maar neer’. > Het zingt mee met liedjes, praat tegen een ander kind en geeft een ander kind antwoord. > Lange woorden worden vaak afgekort: banaan wordt ‘naan’, paraplu wordt ‘papu’ en televisie eten’, Mag ik e b(r)oodje?’, ‘Jij ook spuitete hebbe’ of ‘Meer sap drinken’. > Het kind gebruikt het woordje ‘ik’ en praat over iets wat het heeft meegemaakt. wordt ‘tiesie’. > Het kind gebruikt rond de 900 woorden en het maakt driewoordzinnen zoals: ‘Maarten ook taalontwikkeling De normale Pagina 19

Pagina 21

Scoor meer met een online winkel in uw folders. Velen gingen u voor en publiceerden gebruiksaanwijzingen online.

Van nul tot taal Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication