Groei van de communicatie Ongeveer vanaf drie jaar Kinderen leren actief taal doordat ze nieuwsgierig zijn en veel vragen stellen. Ze praten spontaan over thuis en voeren een gesprekje met andere kinderen. Ze maken nog fouten met het vervoegen van de werkwoorden, bijvoorbeeld ‘gezwemd’ voor ‘gezwommen’ of ‘geloopt’ voor ‘gelopen’. Dat is heel normaal. > Ze vinden doen-alsof-spelletjes zoals winkeltje spelen of buschauffeur spelen erg leuk. > Ze beschrijven dingen die ze hebben gedaan, zoals ‘park geweest’. > Ook beginnen ze eenvoudige grapjes leuk te vinden. > Het kind kan vijf tot tien minuten naar een verhaaltje ‘gisteren’ en ‘morgen’. 22 Van Nul tot Taal > Ze begrijpen woorden die te maken hebben met kleuren, getallen en tijd, zoals ‘rode auto’, ‘drie vingers’ > Het kan ook minder logische opdrachten uitvoeren zoals: ‘Leg het potlood op het bed’. Op den duur luisteren en begrijpt meer dan 1200 woorden. > Het begrijpt eenvoudige waarom-, wanneer- en hoe-vragen. begrijpt het ook samengestelde opdrachten zoals: ‘Pak de grote auto en zet hem in de kast’. > Het kind gebruikt meer dan 1000 woorden en maakt vieren vijfwoordzinnen zoals: ‘Mag ik die hebben?’, ‘De trein > Het kind stelt wie-, wat-, en waar-vragen en later ook waarom-, wanneer- en hoe-vragen. gaat heel hard’, ‘Waar hoort die nou?’, ‘Heb jij nieuwe jas gekoopt?’ of ‘Ik lus ook noepje’. Later maakt het nog langere zinnen, met ‘en’, ‘maar’ en ‘als-dan’ zoals: ‘Gaan we poetsen en naar bed’, ‘Maar ik ben zo klaar hoor’ of ‘Als ik vier ben dan ga ik van de grote glijbaan’. taalontwikkeling De normale Pagina 21

Pagina 23

Heeft u een pdf, i paper of elesmateriaal? Gebruik Online Touch: spaarprogramma digitaal publiceren.

Van nul tot taal Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication